veldeke limburg

plaatsnamenborden in het limburgs
In 1997 werd het Limburgs door de Nederlandse overheid erkend als streektaal volgens het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden van de Europese Raad. Mede als gevolg daarvan ontwikkelde de provincie Limburg vanaf dat moment specifiek taalbeleid dat erop gericht was het gebruik van en de aandacht voor deze streektaal te bevorderen.

Dankzij de toegenomen belangstelling voor het Limburgs ontstond er rond 2000 onder meer de vraag naar een genormaliseerde schrijfwijze van de Limburgse plaatsnamen. In opdracht van de provincie stelde de provinciale dialectorganisatie Veldeke-Limburg een register samen waarin de plaatsnamen gespeld zijn zoals ze in het dialect van de plaats (stad, dorp, gehucht) zelf gangbaar zijn. De auteur, Frens Bakker, benaderde daarvoor zegslieden in zoveel mogelijk Limburgse plaatsen en noteerde de uitspraak van de plaatsnamen in de in Limburg algemeen gebruikte Veldeke-spelling. Het resultaat van zijn onderzoek werd in 2002 gepubliceerd en de provincie Limburg nam de lijst over.

Veldeke-Limburg verspreidde de Lies van Limburgse Plaats- en Gemeintenamen in 't Limburgs vervolgens in alle Limburgse gemeenten. In de begeleidende brief werd uitgelegd wat het doel was van de lijst en werd onder meer de suggestie gedaan om te overwegen de blauwe bebouwde-komborden voortaan tweetwalig uit te voeren.

De discussie over dit initiatief kwam in de Limburgse gemeenten aarzelend op gang. Als eerste gemeente ging Roermond in 2004 overstag. Daar werd in de gemeenteraad besloten om de bebouwde-komborden vanaf dat moment tweetalig uit te voeren met de teksten Roermond en Remunj. Daarna volgden meer gemeenten, met name in Midden-Limburg, zoals Echt-Susteren, Geleen-Sittard en Maasgouw. Inmiddels heeft ook een groot deel van de Zuid-Limburgse gemeenten, waaronder grote als Heerlen en Kerkrade, tweetalige naamborden. En ook in Noord-Limburg begint het initiatief zich nu inmiddels voorzichtig uit te breiden. 

Tweetalige plaatsnaamborden hebben vooral een symboolfunctie, ze laten zien dat de Limburgse gemeenten waarde hechten aan de Limburgse streektaal. Ze zijn ook een teken van het toegenomen regionale zelfbewustzijn. Maar ze maken vooral duidelijk hoezeer het dialect op dit moment nog leeft bij de lokale bevolking. Wanneer een gemeente de beslissing neemt om tweetalige borden te plaatsen, is daar eerst een besluit van de gemeenteraad aan voorafgegaan en zijn gemeentelijke financiële middelen beschikbaar gesteld.
plaatsnamenlies
COOKIES
Deze website maakt gebruik van cookies, in verband met de werking van social media en Google Analytics.
Zo kunnen wij de site steeds verder verbeteren. Er worden geen persoonlijke gegevens opgeslagen.

Wilt u cookies toestaan?