werkgroep veldgewas

Terugblik bij jubileumpje
 
Veldgewas. Afgelopen zondag, 14 oktober, heb ik wat gevierd. Nee, het woord f’stje kan ik na Haren niet meer zien. Trouwens: ik vierde een jubileum, in mijn vrolijke eentje, in Neel – Maasniel, waar ik geboren ben – en opgegroeid. Ik was daar terug voor de BienNEELe, een kunstmanifestatie van de nieuwe generatie, en ik mocht wat voorlezen uit Neel, mijn ruim 600 regels tellend gedicht dat abusievelijk aangekondigd werd als een ode aan Maasniel. Ik hoorde meteen – toeval – toen ik er mijn gezicht liet zien dat een passage uit Neel  uitgevoerd gaat worden door de harmonie van Neel en collega Jan H. Tevreden dus,
maar ineens, een schatting, ik ging naarstig tellen,

ja hoor: Veldgewas jubileerde, want mijn initiatief had het al 625 dagen uitgehouden, dat is dus zilver in het kwadraat. Tel maar na: start 27 januari 2011, en 25 x 25 = ...  

Geen f’st maar wel een terugblik. Toen ik eind 2010 over mijn plan met iemand met ook een warm hart voor de literatuur in het Limburgs sprak, zei die: is dat niet al te hoog gegrepen? Ik had het nog over vijf gedichten in de week versturen. Hoe kom je aan die gedichten, was de vraag. Ik zou mijn lange gedichten Neel en Kaoleries  in honderd deeltjes moeten knippen om aan genoeg gedichten te komen, smaalde hij.

Dat bleek al te somber. Er zijn nu al een 270 gedichten verstuurd (geen afleveringen ... ), en dat is een gemiddelde van precies drie gedichten in de week. Zeker acht op de tien gedichten zijn nieuw, voor het eerst gepubliceerd door Veldgewas; dat mag wel eens gezegd worden.  

Hierbij zijn ook vertalingen. Er is daar commentaar op gekomen, in die zin dat het overbodig gevonden werd Duitse gedichten, een zeer verwante taal immers voor Limburgers, in het Limburgs te vertalen. Klopt helemaal, maar wedervraag: waarom zou je wat dan ook in het Limburgs willen vertalen? Een handleiding bij het Chinese of Finse mobieltje, hoe je een kast van Ikea in mekaar moet zetten – overbodig.

Maar een gedicht vertalen om te laten zien wat de mogelijkheden van het Limburgs zijn, de kracht ook, daar is niets mis mee. Daarom zouden we ook Nederlandse gedichten kunnen bewerken; niet om ze duidelijker te maken (zoals gedichten vanuit het Afrikaans hertaald worden), maar om te vergelijken – beide talen vergelijken. Ik denk dan wel dat iemand Calimero zal roepen, maar dat horen we niet meer.

We willen een verdere discussie over dit vertalen. Veldgewas is namelijk meer dan een doorgeefluik van gedichten en versjes: mede bedoeld om de vaardigheden van dichters in het Limburgs te vergroten. Ook om woorden aan te reiken die van pas kunnen komen. Hiertoe versturen we regelmatig het Waord van de Waek – al meer dan zeventig afleveringen; wie weet vloeit daar ooit een poëtica van het Limburgs uit voort. Een wat? Heel gewoon: hoe je met Limburgse woorden, grammatica en klanken kunst maakt. Zoek in de v. Dale dat woord op, je ziet in de buurt poeshaver staan – verklaring: troshaver. Kijk je daar, zie je dat dat een soort haver is die in Groningen veel GEKWEEKT (?) wordt.  Ik denk dan: een tros bloemen is eine poes. Poes – lange /OE/: een geweldig dichtwoord  – amen.

Wim Kuipers
14 oktober 2012
COOKIES
Deze website maakt gebruik van cookies, in verband met de werking van social media en Google Analytics.
Zo kunnen wij de site steeds verder verbeteren. Er worden geen persoonlijke gegevens opgeslagen.

Wilt u cookies toestaan?